Maak de witte jassen groen (NRC 24-04-2019)

Maak de witte jassen groen (NRC 24-04-2019)

data44067039-5a422a.jpg

Het enthousiasme had hem gevloerd. Meneer Aalders had heerlijk een maand overwinterd op de Canarische eilanden. De aanblik van zijn kleinkinderen achter het glas bij Schiphol hadden hem alleen ietwat overmoedig gemaakt. De laatste tree van de roltrap gemist. Zijn enkel was daar niet helemaal op bedacht. De foto in het ziekenhuis loog er niet om. Zijn rechter enkel was op meerdere plaatsen gebroken. En zo lag meneer Aalders nu op operatiekamer zeven. We waren al best een eind op weg. Het gewricht stond weer mooi in lijn en nu was het tijd om het geheel met een plaatje en schroeven vast te maken. Mijn supervisor haalt de boor uit het bot en vraagt de meetlat. “14 corticaal.”  

De operatieassistente loopt naar een grote kast op wieltjes waar honderden doosjes liggen opgestapeld. Ze pakt er een en verwijdert het plastic, het karton en nog een hoesje van plastic. Zorgvuldig overhandigt ze het schroefje aan haar collega. Er moeten in totaal negen doosjes uitgepakt worden voor deze operatie. En dat zijn dan alleen nog maar de schroefjes. Dat meneer Aalders met het vliegtuig gaat, is lang niet goed voor het zijn carbon footprint. Maar hoe zit het eigenlijk met de zorg? Hoe vervuilend is deze operatie? Hoe groen is de witte jassenfabriek?

Daar waar het klimaat een aantal jaren geleden nog een linkse hobby was voor wat verdwaalde vogelaars, kunnen we vandaag de dag niet meer om de dreigende opwarming heen. De tafels, protestmarsen en akkoorden vliegen ons om de oren. Leraren, ondernemers en zelfs politici lijken zich te realiseren dat ons schaamteloze consumentisme van de aarde problematische proporties aanneemt. In het ziekenhuis lijkt die groener wordende wereld echter verder weg dan ooit. Als we ziek zijn, maakt het blijkbaar allemaal niet meer uit. Het 24-uursbedrijf moet draaien en wel met de verwarming op volle toeren, huizenhoge hoeveelheden verpakkingsmateriaal en een eindeloze ‘passie’ om de menselijke soort beter te maken.

In 2016 publiceerden Matthew Eckelman en Jodi Sherman, respectievelijk ingenieur en anesthesioloog, een artikel waarin ze de impact van de gezondheidszorgsector van de Verenigde Staten op het milieu bekeken. De sector bleek verantwoordelijk te zijn voor zo’n 8% van de totale uitstoot van broeikasgassen. De grootste boosdoeners op dit gebied waren het verbruik van energie (continu stroomverbruik, verwarming, ventilatie) en de productie van afval (verpakkingsmateriaal, kleding, wegwerpbare gebruiksvoorwerpen). Ze berekenden dat het indirecte schadelijke effect jaarlijks resulteerde in een geschat aantal van 44 000 tot 98 000 doden, wat overeenkomt met het aantal mensen dat jaarlijks in het ziekenhuis overlijdt als gevolg van vermijdbare fouten.

Het is niet echt verrassend. Als ik door het ziekenhuis loop, staan overal alle computers aan, de kasten puilen uit met pleisters die vierdubbel zijn ingepakt, nagenoeg alle apparaten staan op stand-by en zelfs al zet ik maar één steekje met een naaldvoerder, dan nog moet ik ‘m weggooien omdat het een ‘disposable’ is. Het ziekenhuis is een goed geoliede consumerende machine waarbij de verspilling betaald wordt door de brave belastingbetaler.  

Gelukkig is dat budget mogelijk ook onze redding. Minder verspilling leidt namelijk niet alleen tot schonere lucht maar ook tot een aanzienlijke kostenbesparing. In een tijdperk waar we momenteel zo’n 13% van onze nationale begroting uitgeven aan zorg (en dat aandeel zal met de vergrijzing en toename van mogelijkheden tot behandelen waarschijnlijk nog meer stijgen), moeten we alles in het werk stellen om slimmer (en dus duurzamer) de goede zorg die we hebben, te kunnen blijven leveren.

Terwijl we het vierde schroefje in de enkel van meneer Aalders plaatsen, kijk ik om me heen in de operatiekamer. Dit zijn de echte energiemonsters van het ziekenhuis. Een paar honderd jaar geleden ging bij een nare breuk van de enkel je been eraf. Gewoon op het dorsplein met een paar zware mannen om je vast te houden en een mes dat honderden keren opnieuw gebruikt werd. Geen garantie op genezing en zelfs niet op overleving. Al met al is zo’n schone operatiekamer met verdovende gassen, schoon verpakt materiaal en een kast met schroefjes dus een hele vooruitgang voor het individu.

Maar vanuit het perspectief van de gehele wereldbevolking is het maar de vraag of dit absolute vooruitgang is. De gassen (oa desfluraan) waarmee de anesthesioloog mensen in slaap houdt, zijn buitengewoon schadelijk. Door middel van zuinig gebruik maar ook door mensen lokaal te verdoven, kunnen we hier duurzamer te werk gaan. Aan de kant van de chirurg geldt hetzelfde. Als gevolg van Amerikaanse wet- en regelgeving mogen veel van onze apparaten (vb. nietapparaat voor darmverbindingen) slechts eenmalig gebruikt worden. Operatiejassen en verpakkingen van de zogenaamde netten (pakketten waarin alle instrumenten zich bevinden) worden allemaal weggegooid na een ingreep. Het wassen van jassen en het verpakken van netten in harde herbruikbare dozen is een kwestie van een afspraak en kan tienduizenden euro’s per jaar schelen.

Al met al kunnen we nog het best een voorbeeld nemen aan datgene waar we in de zorg elke dag mee bezig zijn: het menselijk lichaam. Het organisme dat ons dagelijks in staat stelt om te leven, is een toonbeeld van recycling en cradle to cradle. De gal die onze lever produceert om vetten te verteren, wordt aan het einde van de darm weer netjes hergebruikt; afbraakproducten van de ene cel worden door de volgende als bouwstoffen benut, en buiten ons lichaam is onze mest en die van dieren de basis voor ons voedsel van morgen. Dit gedachtegoed moet echter niet alleen door zorgverleners uitgedragen worden. Als patiënt en als premiebetaler zullen we moeten eisen dat de verzekeraar ook streeft naar duurzame zorg. Er is een wildgroei van klinieken die pretenderen superspecialist te zijn in één aandoening, maar wie levert de groenste zorg van Nederland?

Het einde van de operatie is in zicht. Netjes hechten we de huid van meneer Aalders weer dicht. Aan het einde verbinden we de enkel en haal ik alle blauwe doeken van zijn been. Ik duw de enorme bal aan gazen, doeken en draden in een grote vuilniszak. Een blauwe bal met afval die me doet denken de “de pale blue dot”, de foto die de astronauten van de Voyager 1 in 1990 namen van onze aarde. Als we de kleinkinderen van meneer Aalders die ook nog willen laten zien, moeten misschien toch wat van koers veranderen.

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/04/25/maak-die-witte-jassen-groen-a3958167

 

Disease for profit

Disease for profit