Het kladblok

Het kladblok, de glittervulpen en het luxepotlood

Op dagen zoals gisteren, of morgen,
Waar de sleur de herinnering bedreigt,
Was het voor het kladblok,
Een hele opgave.
Enige rede van bestaan te waarborgen.

Het bleef leeg,
Of er werden achteloos wat nummers op geklad,
Een snel bericht voor de thuiskomer,
Een boodschap die men vaak vergat.

U moet weten, dat is voor de meeste kladblokken geen punt,
Zij schikken zich in hun dunbladige lot.
Grauwig grijs en dubbelzijdig gerecycleerd,
Zijn zij door de jaren aardig vrij en onverveerd,

Dit kladblok had het echter anders bedacht,
Droomde van faam en roem, praal en pracht,
De rest sprak er schande van, geheel tegen de traditie,
Maar ja je kon er niet omheen, dit was een kladblok met ambitie.

Hij scheurde één van zijn blaadjes af,
En stuurde een brief naar de krant,
Met het verzoek om een advertentie,
Gevraagd: “Schrijfwaar met competentie.”

De jaren gingen voorbij,
Het kladblok werd langzaam uitgedund,
Zijn dagen telden af, en hij somberde:
Is een beroemd bestaan mij dan niet gegund?

Toen haast alle hoop verloren was,
Het blok toonde al rimpel in de randen,
Kwam op een goede dag, zomaar uit een klein etui,
Een  bijzonder aardig stel, rollend, ja dansend van levenslust.

Hij, een potlood van stand,
Dapper, sterk en erg charmant.
Met een gave punt en prachtig grafiet,
Een echt luxepotlood, zoals je nog maar zelden ziet.

Zij, een oogverblindende verschijning,
Schitterend in glitterpraal,
Maar met een kern van het zuiverste blauw,
Dat niets dan moois en waarheden schrijven zou.

“Geacht kladblok, graag zouden wij solliciteren.”
Schreven zij sierlijk op het eerste vel,
De luxe lijnen en het glitterblauw dansten over het papier.
Het kladblok bloosde en riep gauw: “Maar natuurlijk, met plezier.”

En u zou het niet weten,
Want zelfs beroemde kladblokken komen niet zo vaak op het 8-uur journaal,
Maar het kladblok, de glittervulpen en het luxepotlood,
Zijn inmiddels van nationaal belang,
Zonder dat u er erg in hebt, regeren zij over Nederland.
Ze  prijken namelijk prominent,
op het bureau,


Van de minister-president.



De denkfouten van dokters NRC 12-06

De denkfouten van dokters NRC 12-06

Mijn kapper