Over Aysel Erbudak en zorgverzekeraar Achmea. Perikelen in het Slotervaart


“Papa en mama gaan scheiden. Bij wie wil je wonen?”



In Bos en Lommer wonen meneer en mevrouw P. Hij werkte altijd in de bouw, zij was administratief medewerker. Sinds een paar jaar kampt hij met een te hoge bloeddruk, zij met een versleten heup. Over twee weken moet meneer P voor een jaarlijkse controle naar zijn internist in het Slotervaartziekenhuis. Op de keukentafel liggen twee brieven. Eén van het Slotervaart, de ander van Achmea. De één zegt dat er geen reden is tot paniek, de ander waarschuwt hem voor dure rekeningen. Meneer P kijkt zijn vrouw vragend aan. Hoever heeft het moeten komen dat we dit spel over de hoofden van patiënten zijn gaan spelen?

Gedurende mijn opleiding heb ik menigmaal college gekregen over het feochromocytoom: een tumor van de bijnier. De symptomen zijn spectaculair: wilde aanvallen van hevige hoofdpijn, een razendsnelle hartslag en torenhoge bloeddrukkken. Het stellen van de diagnose is een heldendaad aangezien het ding zo zeldzaam is als een plofkip op het bord van Marianne Thieme. Al met al enorm interessant. Daarentegen zijn de financieringen van een ziekenhuis en de consequenties van marktwerking in de zorg totaal doodgezwegen in mijn curriculum. Ik heb het onderwerp nooit gemist. De economiekatern in de krant sla ik het liefst over. Maar wat doe ik als mijn patiënten mij later in de spreekkamer vragen hoe het gesteld is met de geldpot van mijn ziekenhuis?

Het is logisch bedacht. Als land zorgen wij voor onze zieken en simpel gezegd bestaat de zorg uit drie spelers: de zorgverlener, in dit geval het Slotervaartziekenhuis, de inkoper van zorg, verzekeraar Achmea, en tot slot diegene waar het allemaal om draait, de patiënt: meneer P.  Als samenleving hebben we besloten dat we samen betalen voor onze zieken. Daarom willen we ook dat het geld dat we in de zorg uitgeven zo efficiënt mogelijk gebruikt wordt zodat we zoveel mogelijk mensen de zorg kunnen bieden die ze nodig hebben. Dat klinkt zelfs voor een financiële leek nog begrijpelijk. De gezondheidszorg is een sector zoals alle andere, met een vraag en een aanbod. Maar is dat wel zo?

De crisis lijkt immers pijnlijk duidelijk te maken dat er bepaalde sectoren zijn die niet passen in de blauwdruk van de marktwerking. Het onderwijs, de culturele sector en de gezondheidszorg streven een ander doel na dan pure winst. Ze hebben deze alledrie hetzelfde motto: “mens sana in corpore sano”: intellectuele en creatieve ontwikkeling in een gezond lichaam. De vraag is of dat te becijferen valt in winst en verlies. We bezuinigden al op onze studenten. We sloten de geldbeurzen voor menig muzikant. Gaan we nu ook onze patiënten het recht op vertrouwen en continuïteit ontzeggen?

De sleutel tot kostenbeparing in de zorg ligt juist in dat laatste. Als meneer P naar een ander ziekenhuis gaat, zal zijn nieuwe internist hem opnieuw ‘in kaart’ willen brengen. Bij gebrek aan een elektronisch patiëntendossier zal hij het bloedonderzoek herhalen en een extra spreekuur inplannen. De impuls die de marktwerking aan de zorgverzekeraars heeft gegeven, is buitengewoon gevaarlijk. Als een stel kooplustige vrouwen struinen ze dol en dwaas langs ziekenhuizen, op zoek naar de mooiste pumps voor de minste prijs. Een goede anamnese en gedegen lichamelijk onderzoek zijn het meeste waard. Maar de verzekeraaar betaalt meer voor het hartfilmpje en de heupfoto. Om als ziekenhuis het hoofd boven water te houden, geeft het de koper wat hij wil. Een praatgrage populist is er niets bij.

We zijn zo druk bezig met bezuinigen dat we ons niet meer afvragen wat goede zorg eigenlijk is. We zijn zo druk met het oplossen van de files dat we ons niet meer afvragen of we om negen uur achter een bureau moeten zitten. De oplossing begint met de definitie van het probleem. Artsen, patiënten, verzekeraars en politici moeten misschien wel een stap achteruit maken en de tijd nemen om te definiëren wat ze onder goede zorg verstaan.

Als arts heb ik geen verstand van geld. De CEO van Achmea heeft meneer P niet op zijn spreekkamer. De internist uit het Slotervaart hoeft de begroting van een ministerie niet sluitend te maken. De belangen in het spel zijn verschillend maar het draait ons toch om hetzelfde. Het lijkt eigenlijk nog het meest op een echtscheiding. En dan lijkt me één ding duidelijk. Aan een kind vraag je ook niet of hij bij papa of mama wil wonen.

De cito-toets: even achterhaald als vuur maken? NRC-Next 25-03-2013

Het valentijnsdebat over de cure en de care 14-02-2013 Rode Hoed