Het valentijnsdebat over de cure en de care 14-02-2013 Rode Hoed



We maken ons zorgen om de toekomst van de zorg. Er moet bezuinigd worden en tegelijkertijd neemt het aantal zorgbehoevenden toe. We kennen allemaal voorbeelden uit onze omgeving waar het fout ging, waar het stroef loopt, waar alle goede bedoelingen verdwenen in een eindeloos doolhof. Maar misschien moeten we terug naar het begin. De vraag: wat is goede zorg? Daarom schreef ik deze column.

Goedenavond dames en heren,
1. Verhaal “De ontmoeting”
Graag zou ik willen beginnen met een verhaal.
Er was eens een wilde uil. En op een dag vloog hij door een bos. Toen hij op een tak landde, hoorde hij gepiep van beneden. Het was een kleine muis. De muis vroeg aan de uil: “Hoeveel weegt een sneeuwvlok?”.  “Niets meer dan niets.”, was het antwoord.
“In dat geval,”, antwoordde de muis, “moet ik  je een verhaal vertellen.” “Laatst zat ik op de tak van een spar en toen begon het te sneeuwen. Niet heel hard, zoals in een storm ofzo, nee, meer zoals in een droom, vredig en stil. “En omdat ik niets beter te doen had, telde ik alle sneeuwvlokken die op de zijtakken en de naalden van de tak waar ik op zat, vielen. Het waren er 714 953. De uil knikte en keek een beetje ongeduldig. “En toen de 714 954ste sneeuwvlok op de tak viel, brak hij af.” De muis keek de uil aan. “Dat is dan de kracht van niets meer dan niets.” De muis kroop weer in zijn hol en de uil bleef achter. Wat had de muis gezegd?, dacht hij. Waren we maar één lichtgewicht verwijderd van verandering?

2. Cynisme “De eerste ruzie”
Mooie woorden he?
Iets waar u fijn bij weg kunt mijmeren maar waar u morgen, als u weer vloekend tussen langzame computers op een onderbezette afdeling staat, helemaal niets aan heeft. Toch?
Mooie woorden die het goed doen in het rode pluche van een verwarmde zaal midden in de grachtengordel, maar die al snel vies klinken als u nauwelijks tijd hebt om uw automatenkoffie om half elf achterover te slaan. Toch?
De zorg lijkt me niet voor mensen die houden van mooie woorden.
De zorg is niet voor mensen die geloven dat de wereld fris is als een tandpastareclame.
De zorg is niet voor dikke bonussen, chauffeurs en chique diners in Krasnapolsky.
Mag ik u vragen:
Waarom hebt u in godsnaam ooit voor dit vak gekozen?
Waarom loopt u zich iedere dag het leplazerus voor iemand die u niet eens kent?
Waarom gaat u dag en dauw op pad om een bed vol diarree schoon te maken?

3. Het gesprek “De avond uit eten”
Wie van u werkt er in een ziekenhuis?
Wie van u werkt er in een verpleeghuis?
Wie zijn er zelf patiënt of heeft een familielid dat zorgbehoevend is?
We kunnen nog uren spreken over de relatie tussen de ‘cure’ en de ‘care’.
Maar het gaat al lang niet meer over de systemen.
Systemen hebben geen hart.
Het gaat ook al lang niet meer over u.
Want u immers heeft de beste intenties.
Het gaat over diegene waar we het allemaal voor doen.
De patiënt. Het kind in deze relatie.
En het wordt tijd dat we inzien dat dat kind ouder is geworden.

4. Het pleidooi “Fundament voor een relatie”
Over 50 jaar staat er in geschiedenisboeken:
“Aan het begin van de 21ste eeuw nam de consument het heft in eigen handen.”
Ooit waren er reisbureaus, makelaars, telefooncellen en cd-spelers.
Toen kwam er vliegwinkel, funda, skype en spotify.

Maar zal er ook staan:
“Aan het begin van de 21ste eeuw nam de patiënt het heft in eigen handen?”

Het wordt tijd dat we patiënten een deel van hun eigen verantwoordelijkheid teruggeven.
Ja. Het is waar. Patiënten zijn al een stuk mondiger geworden. Maar dat zijn ze vooral in de spreekkamer. Voordat de diagnose gesteld is. Dan weten ze welke scan en welke verwijsbrief ze willen. Maar eenmaal in het ziekenhuisbed, dan nemen wij het heft in handen.

Wat denkt u nu? Dat kan helemaal niet.
Er zijn patiënten die van de dementie hun eigen vla niet eens kunnen doorslikken. Die zijn helemaal niet in staat om iets te beslissen?

Natuurlijk is het fijn om voor iemand te zorgen. Iedere zorgverlener ontleent een bepaalde identiteit aan het feit dat hij voor iemand zorgt. Maar het maakt ons sterker, en onze patiënten zwakker.

U gaat naar vliegwinkel omdat u zelf de goedkoopste vlucht wil boeken.
U koopt uw huis via Funda omdat u zelf het beste weet waar u wilt wonen.
U moet later misschien wel naar een verpleeghuis. Maar dan wilt u toch ook zelf kunnen kiezen?

Laten we het vanavond niet hebben hoe wij beter kunnen zorgen. Maar laten we nadenken welke middelen we patiënten kunnen bieden om beter aan te geven wat ze zoeken.
De hoogste vorm van liefde is zichzelf buitenspel zetten.
Bent u bang dat u een lichtgewicht wordt?
Luister maar naar de muis en de uil. Ook lichtgewichten kunnen takken breken.
En takken zijn er nog genoeg.
Dank voor uw aandacht.

Als jonge, naïeve arts had ik gedacht dat deze woorden neergesabeld zouden worden. Dat ervaren geesten in de zaal zouden zeggen dat het niet mogelijk was. Maar tot mijn verbazing bleken het publiek en de sprekers hetzelfde toekomstbeeld te hebben. Onder andere Joy van der Stel, schrijfster en ondernemer maar ook patiënt pleitte voor meer participatie in plaats van medelijden. Hoogleraar ouderengeneeskunde, Rudi Westendorp, een ervaren geest in alle opzichten, stond ook onze zijde. Het was bijzonder om te zien hoe in één avond beleidsmakers, patiënten en artsen zo eensgezind over de toekomst van de zorg konden spreken.

Over Aysel Erbudak en zorgverzekeraar Achmea. Perikelen in het Slotervaart

Hypocrates: de hypocriet.