Kracht van de Verbeelding nrcnext 15-10-2012



Vanuit de dichte mist doemen af en toe de vage contouren van de bergtop op. Terwijl de ijzige regen in mijn gezicht slaat en de rugtas met kampeer- en kookgerei haar aanwezigheid op mijn schouders benadrukt, vorderen we stap voor stap. De kleine gids, een doorgewinterde bergbewoner met een gezicht hard als leer, banjert onverstoorbaar door op de kistjes van zijn zoon. Achter mij sjokt Acides, de muilezelman, op zijn slippers met sokken die alle rek hebben verloren. Hij dirigeert het gestaag vorderende dier omhoog. Zij begrijpen waarschijnlijk allerminst waarom een welvarende westerling een paar honderd dollar neertelt om zich een week te laten afbeulen door de natuurelementen van de Boliviaanse Andes. Maar bij elke stap die we zetten, begrijp ik het beter. Verbeelding is een machtig instrument. De afwezigheid van alles geeft ruimte voor meer.

Je kan gerust zeggen dat we in Nederland het zekere voor het onzekere hebben genomen. Onze fietstochten zijn weloverwogen uitstapjes waarbij we ons laten leiden door zorgvuldig genummerde knooppunten. Onze kruispunten zijn voorzien van stoplichten, zebra’s en klokjes die aangeven hoeveel seconden we nog moeten wachten. Ons vermaak bestaat uit het bekijken van films waarbij de achtergrondmuziek ons vertelt welke emotie we moeten voelen. Menig voedselgigant streeft ernaar zijn product altijd en immer hetzelfde te laten smaken. Dit alles noemen we vooruitgang. Maar hoe reageren we als de stroom uitvalt, de schappen van Albert Heijn leeg blijven of ons geld ineens niets meer waard is? De huidige crisis lijkt het levende bewijs: ons improvisatievermogen is even vastgeroest als een oud kettingslot.

We lopen nu al meer dan vier uur. Het enige wat ik weet, is dat we vandaag tot 5200 meter klimmen. Anders dan gewoonlijk, worden mijn zintuigen niet voortdurend verleid. Fietsend door Amsterdam luister ik meestal naar mijn ipod, flitsen de aanbiedingen en keuzes me tegemoet, proef ik nog de smaak van de koffie die ik koos uit 25 soorten en ruik ik de kakofonie van geuren die wegwasemt uit een parfumerie. Nu suist de wind om mijn oren en zie ik niets dan grijze massa. Ver weg van elke geconditioneerde prikkel vraag ik me af wat er zou gebeuren als je wereldleiders hier zou laten onderhandelen, echtparen hijgend hun scheiding zou laten uitpraten, kinderen zou vragen wat ze later willen worden. Is het niet veel gemakkelijker om nieuwe oplossingen te vinden in een omgeving die nog niet dichtgetimmerd is met kant-en-klare antwoorden?

In het ongereguleerde of het onvoorspelbare schuilt de grootste kwaliteit van de mens: ons improvisatievermogen. Het vermogen om te reageren op iets dat we niet verwacht hadden. Creativiteit is hiermee onlosmakelijk verbonden. Het vermogen om een oplossing te bedenken die voorheen niet aanwezig was. We hadden het koud en vonden vuur, tilden te zwaar en bouwden een wiel, praatten te veel en bedachten het schrift. Columbus zeilde de afgrond tegemoet, Vesalius trok zijn eigen lijken van de galg om de ware anatomie te ontdekken en Semmelweis verplichte alle artsen hun handen te wassen zonder dat hij wist wat bacteriën waren.

Om nieuwe dingen te ontdekken moet je afwijken van paradigma’s. De crisis heeft ons bang gemaakt. Bang om te investeren in ideeën die niet gegarandeerd zijn van succes. Maar juist in tijden waar gevestigde waarheden van hun voetstuk vallen, bestaat er de mogelijkheid om een sprong voorwaarts te maken. Een samenleving moet nieuwsgierigheid en verbeelding cultiveren. De meeste science-fiction literatuur van weleer is de realiteit van vandaag. George Orwell voorzag de Big Brother maatschappij en in Star Trek gebruiken ze al jaren 3D-printers. Wanneer heb jij voor het laatst lang en breed gefantaseerd over een wereld die in het niets op de huidige leek? Is je huidige baan er een die je improvisatievermogen dagelijks uitdaagt?

De regen is overgegaan in sneeuw. We zien nauwelijks een hand voor ogen. De lucht is ijl, ik adem snel. Ver weg van al het gewone druisen bizarre denkbeelden door mijn hoofd. Een munteenheid die morele waarden heeft; ziekenhuizen waarbij tijd en talent van patiënten worden gebruikt in de behandeling; een land vol glijbanen en elektrische karretjes; snoepautomaten gevuld met verse noten en gedroogde vruchten; een wereld waarin Coca Cola en Mars meebetalen aan de knieprotheses van obesen. Het zijn flarden en ze vervliegen zodra we de top naderen maar de natuur maakt het denken vrijer dan ooit.

Na vijf dagen lopen komen we aan in Pelechuco; een haast verlaten dorpje op zo’n 3900 meter. Aan het eind van het pad zie ik een jongetje waaghalzend balanceren op een betonnen fundering zo’n 20 meter boven de grond. Aan het uiteinde zet hij lege plastic flessen op een rij. Als hij valt, overleeft hij het niet. Sneller dan veilig is, loopt hij terug naar het pad. Hij raapt een paar stenen op en begint zijn spel: de flessen moeten om. Hier, in dit verloren gat zonder playstations of action man, heeft hij een manier gevonden om zich te vermaken. Het is de kracht van de verbeelding.

Portretgedichten #artsquare

Het verhaal van de kleine kwaal