NRC Next 17-05 "De terreur van de sleur"

Een eerste dag is altijd vreselijk. Je eerste stappen met een fonkelende rugtas en scherp gepoetste schoenen op een schoolplein; het zogenaamd vriendelijke gewauwel met nieuwe buren bij de verhuisauto; starende collega’s bij het oorverdovende geluid dat je nieuwe hakken maken op voordelig kliklaminaat. Verhuizingen, nieuwe banen, eerste schooldagen: het zijn sociale ontmaagdingen zonder orgasme.

Psychologen bestempelen deze wapenfeiten als zogenaamde ‘life-changing events’. Het zijn momenten waarop we een hogere kans hebben op hartaanvallen, depressies, burn-outs en andere kwalen. Als co-assistent kamp ik elke zes weken met een life-changing event. Iedere zes weken opnieuw een eerste dag; met nieuwe artsen en verpleegkundigen, nieuwe ongeschreven regels over waar je wèl en niet mag zitten, nieuwe kluisjes en nieuwe klompen. Maar wat is er eigenlijk erger? De stunteligheid van de nieuweling of de uitgedroogde sleur van de ervaren kracht?


Onze zintuigen wennen snel aan prikkels die continu aanwezig zijn. Een deur waar je tegen aanleunt voel je na een tijdje niet meer. Geroezemoes van anderen op een drukke receptie kun je ‘zachter zetten’. Dit komt omdat al onze zintuigzenuwen schakelen via de thalamus (een kern in de hersenen) die als het ware als een grote zeef onze prikkels filtert. Een uitzondering daarop is ons reukvermogen. Dit basale waarschuwingsmechanisme went nooit (al kun je wel iets niet meer ruiken maar dat komt doordat alle receptoren bezet zijn).


Sleur is gewenning van alle continue prikkels. Je wekker gaat, je staat op. Gedachteloos loop je naar de badkamer, steekt je hand uit naar de lichtschakelaar en stapt onder de douche. Je fietst naar je werk zonder je daarna te herinneren wat je hebt gezien of waar je langs bent gekomen. Je drinkt koffie om half elf en je luncht om half één. Je proeft het nauwelijks, je bent eraan gewend. Alles wat alledaags is, gaat ongevraagd en haast ongeobserveerd voorbij. Herkenbaar?


Enerzijds is sleur natuurlijk bijzonder gunstig. De gewoonte biedt ons de basisrust die ons in staat stelt hogere arbeid te verrichten. Als we elke dag zouden moeten leren lopen en ons verbazen over alles (een stoplicht, een boot of een berk) dat we tegenkwamen, zouden we nergens meer aan toe komen. Het is heerlijk om je benen gedachteloos door de stad te laten fietsen en tegelijkertijd te filosoferen over de mogelijkheid om te kunnen adverteren op de maan. Een chirurg kan zich voluit concentreren op de moeilijkste hechting omdat de rest in de loop der jaren routine is geworden.


Anderzijds leidt sleur tot een gevaarlijke vorm van Oost-Indische ‘blindheid’ en apathie. We zien geen problemen omdat we ons niet verwonderen. De files hoeven we niet op te lossen. De vraag is: hoe komen we van A naar B? Maar we zijn al zo gewend geraakt aan auto’s en asfalt, zeg maar gerust verslaafd, dat we niet meer anders kunnen denken. Patiënten zijn toch ook zielige hoopjes mens die in een bed liggen in een groot gebouw waar het ruikt naar ziek-zijn en waar de dood rondwaart? Geen wonder dat je maar één keer per week op bezoek gaat. Is het nu eenmaal zo? Of kan het ook anders?


Zonder doorbraak is sleur misschien wel de grootste terreur van ons leven. Het leidt tot gewoontes die op hun beurt verworden tot tradities. Die laatsten staan vaak als onvermurwbare zuilen elke vorm van verandering in de weg. “Waarom zijn er nooit gebouwen die glijbanen hebben in plaats van trappen? Waarom hebben auto’s geen airbags aan de buitenkant?” Naarmate een bedrijf of een samenleving langer volgens een bepaald model functioneert, zijn er steeds meer mensen gebaat bij het status quo. De angst voor verandering wordt groter dan de nieuwsgierigheid naar verbetering.


Maar misschien ben ik wel een naïeve jongeling. Misschien hebben Mark Rutte en de zijnen enorm veel baat bij een gezonde dosis sleur. Een rustig volk dat zich elke dag gedachteloos in de file stort om weer als trouwe, ‘hardwerkende Nederlanders’ aan de slag te gaan. Een volk wiens pleinen leeg blijven als een kabinet oeverloos debatteert over een snelheidsverhoging op de Afsluitdijk van tien kilometer per uur terwijl we op de echte snelweg voorbij gescheurd worden door Chinezen, Indiërs en Brazilianen. Een volk dat kilo’s opgepompte kipfilet wegkauwt zonder zich af te vragen of ze hun volgende longontsteking nog wel overleven. Is de sleur de sussende wieg van de slapende woede?


Dan doe ik graag een pleidooi voor de doorbraak van de sleur. Maar wie doorbreekt de gewoontes als er geen dictator is om uit te honen, geen woedende jeugdige menigte die gebukt gaat onder een enorme werkeloosheid? Wachten we dan werkelijk tot we, gammel rammelend als ons eigen kunstgebit, wijzend met een wandelstok ‘de jeugd van tegenwoordig’ visieloze gemakzucht kunnen verwijten zonder ooit getracht te hebben zelf iets te veranderen?


Doorbreek de sleur. Sla eens een straat in waar je nooit bent geweest. Maak voor de verandering een praatje met de postbode. Poets je tanden met je andere hand en vraag je eens af hoe je wekker eigenlijk werkt. Eet een week met stokjes. Ga op reis of zoek een nieuwe baan. Vraag je iets af wat te normaal is om je af te vragen. Misschien kom je wel op een nieuw idee.


In het ziekenhuis voel ik me vaak een kleuter aan de hand van de specialist. Vanaf de eerste begroeting met een patiënt tot de ontslagbrief probeer ik zo ‘sleurloos’ mogelijk te kijken naar wat er gebeurt. Zijn de papieren statussen werkelijk efficiënter en veiliger dan een elektronisch dossier? Hoeveel patiënten lezen de vloeipapieren bijsluiters echt en is het gangpad eigenlijk wel breed genoeg voor al die rollators?


De geschiedenis leert dat de wereld verandert als de sleur doorbroken wordt. Denk maar aan het enthousiasme van die ene originele holbewoner die het wiel uitvond; de euforie van Louis Pasteur die per toeval een kweekbakje te lang liet staan en zo de antibiotica ontdekte; het uitzicht op de wereld van Armstrong bij zijn eerste stappen op de maan en de verbaasde blik van diegene die de eerste maïskorrel zag veranderen in een popcorn.


Onze sleur is het resultaat is van onze gewoontes. Onze regering is het resultaat van onze stemmen. Onze wereld van morgen is het resultaat van de keuzes die we vandaag maken of nalaten te maken. Jij bent de uitvinder van het wiel van de toekomst.  Wees dus trots op je nieuwe tas en koester je zoektocht naar de koffieautomaat; cultiveer het kliklaminaat en wauwel eindeloos met je nieuwe buren. Kantel de saaiheid en vrees de verandering niet. We hebben lang genoeg geslapen.

Rabobank "Voedsel verbindt Amsterdam": De appeltaart

TEDxMaastricht - 4 april 2011 - Sam & Mac