Als veertig maagden worden ingeruild voor een bonus - NRC - 24/12/2010




Waar was u toen de eerste bank viel? Ik fietste nietsvermoedend door een zonnig Vondelpark. Er kwam geen vliegtuig aan te pas en de mannen met baarden in Afghaanse grotten hielden zich stil. Deze keer kwam de vijand uit de eigen gelederen. De “big boys” met hun strakke pakken en glanzende bakfietsen die me tegemoet reden, bleken me genadeloos te hebben belazerd; de veertig maagden gemakzuchtig ingeruild voor een dikke bonus. De banken vielen en evenals de bureaustoelen, post-its en to-do lijstjes op 11 september 2001, stevenden de beurskoersen in vliegende vaart af op het harde beton van de nullijn. M’n zuurverdiende geld, m’n studiefinanciering in IJsland; weg waren de euro’s. Als sneeuw voor de zon, als Bin Laden in Tora Bora.
Tot die tijd beperkten mijn financiële zorgen zich tot de waarde van mijn bankrekening (en als student zijn die zorgen op zich al bijzonder uitdagend), maar nooit eerder had ik mij bekommerd om de eigenlijke waarde van geld. Terroristische aanslagen en te agressieve taxichauffeurs, daar kan je werkelijk aan overlijden. Maar een vallende bank, wat voor gevolgen heeft dat voor mijn leven? Wat is mijn geld eigenlijk waard? Sterven we uit als we allemaal rood staan?
Succes wordt in onze maatschappij gemeten op basis van status of geld. Reclames en televisieseries doen me geloven dat rijden in een Rolls Royce, een gigantisch zwembad en elke dag kaviaar het hoogst haalbare is. Daartegenover staan de waarden die een goed mens hoog in het vaandel zou moeten hebben: goed onderwijs, patiëntvriendelijke gezondheidszorg en een betrouwbaar rechtssysteem, enz.
Helaas leveren de beroepen waarbij die waarden voorop staan vaak bar weinig geld of status op. Een leraar verdient minder dan een accountant, een huisarts minder dan een cosmetisch chirurg en een elektrische auto is duurder dan een diesel. Hoeveel filmmakers, cabaretiers en musici in de dop gaan toch maar economie studeren voor “een zekere toekomst”? In de nachtelijke uren van mijn coassistentschap fantaseer ik wel eens over een eigen bedrijf. Ik zou speciale handschoenen met vingertopjes voor Ipods kunnen gaan verkopen of een project kunnen opzetten voor kansarme jongeren in de Bijlmer. Het voornaamste criterium dat onze maatschappij stelt is dat een bedrijf geldelijke winst oplevert; met winst overleef je. Eigenlijk is dat heel vreemd. Ik ben een dief van mijn eigen portemonnee als ik kies voor idealen.
Natuurlijk zijn er ook bedrijven die het tegendeel bewijzen. De laatste jaren zijn er steeds meer grote ondernemingen die laten zien dat er meer geld te verdienen valt met een overstijgende visie dan met puur winstbejag op korte termijn (Google, Facebook) maar dat blijft een minderheid. Grote telefoonmaatschappijen, reisbureau’s en verzekeraars geven me toch altijd het gevoel dat ze meer uit zijn op mijn zuurverdiende euro’s dan mij zo goed mogelijk van dienst te zijn. (Harvard Business Review, the wisdom manifesto)
Idealen zijn ondergeschikt aan geld, en geld heeft geen ideaal. Paul Polman van Unilever beloofde onlangs dat in 2015 al hun producten duurzaam zullen zijn. Maar wat gebeurt er als er zo weinig winst wordt gemaakt dat de aandeelhouders niet langer akkoord gaan? Verruilt hij zijn geitenwollen sokken dan weer voor glanzende lakschoenen?
Geldelijke winst is voor vele sectoren een ontoereikend middel om de duurzame kwaliteit van een product of dienst te bepalen. Als coassistent zie ik elke dag hoe de marktwerking in de zorg kosten bespaart maar daarbij niet noodzakelijk ten goede komt van de kwaliteit van leven van patiënten. Onze universele afhankelijkheid van geld heeft ons werkelijke idealen weggebonjourd naar de reservebank van de vrije tijd. De chirurg opereert liever nog twee extra liesbreuken in dat extra uurtje dan  mevrouw de Vries nog even rustig uit te leggen wat er morgen met haar gaat gebeuren. Want geld, daar gaat het tenslotte om, toch?
Munten en briefjes, pinpassen en cheques hebben de ruilhandel aanzienlijk vereenvoudigd. Het kapitalistische systeem vormt een drijfveer voor onze samenleving; concurrentie en competitie stimuleert. Terug naar dictatoriaal marxisme zou een stap achteruit zijn. Maar toen die eerste bank viel en ik de lachende zakenmannen bitterballen zag verorberen op het Amstelveld, dacht ik: waar gaan we heen? Komt Darwin’s ‘survival of the fittest’ overeen met de Dow Jones? Had Noach de zondvloed ook overleefd als hij slim had belegd? Ik was m’n geld liever groen dan wit. U ook?

Over Sam & Mac