Klantkassa (NRC-Next 30-06)


Een bezoek aan een niet nader te noemen supermarkt waar ze van die gluiperige oranje restjes boa weggeven, vind ik een feest. Afgezien van de tergende twijfel en de totale wanhoop  die mij bij de keel grijpt als ik door de eindeloze schappen dwaal, bereik ik bij de kassa een hoogtepunt. Hier speel ik altijd het grote ‘KassaKlant’ spel. Ik hoop dat deze winkel nog heel lang zijn voedselkaraavaanachtige kassarijen behoudt, dan wordt het misschien nog een rage.
De regels zijn als volgt. Met de focus van een aanvallende aasgier richt je een geconcentreerde blik op de zwarte band. Het beurtbalkje geeft het startsignaal aan voor ronde één. Achtereenvolgens glijden er zestien pakken stroopwafels, in plastic Delfts Blauw verpakte chocolaatjes, twee pakken vanillevla en een zak dropjes voorbij; een peulenschil voor de kenner. Dit is een inkopper van formaat: de Japanse toerist. Er bestaat nog enige discussie over de puntentelling maar als je bij minder dan drie producten de kassaklant raadt, krijg je een dubbelbonus.
Door naar ronde twee. Twee kratten bier met daarop een verfrommeld statiegeldbriefje, goedkope pasta met rode saus voor een weeshuis, een pot pindakaas en een voordeelpak wc-papier. Daar volgt het balkje en de tijd is om. Deze boodschappen zijn natuurlijk van de jongens die tegen het einde van de maand de rij stagneren. Gravend in hun broekzakken zoeken ze tussen de age coins, flipperkastmuntjes en verdwaalde condooms naar de laatste stuivers die het verschuldigde bedrag moeten kwijtschelden: de studenten.
Zo verraadt elke supermarktganger zich op de kassaband. Zeg me wat u koopt en ik zeg u wie u bent. Bouwvakkers met een halfje wit en een groot stuk jong belegen, carrière-advocates in mantelpak met een doodgeconserveerde maaltijdsalade, uitgedoofde hangjongeren met vijftien blikjes energiedrank en paprikachips, zwervers met vier halve liters voor een euro, overspannen huisvrouwen met karren vol wokwonderwortels, liters aanmaaklimonade en een vergeten baby op de band. Al tracht ik buiten de gebaande paden en suggestieve vooroordelen te denken, ze blijken vaak angstaanjagend goed te kloppen.
Mijn voorkeur gaat meestal uit naar de ‘rauwe klant’. Achter een zak doodgewone aardappels, een winterpeen en een ei schuilen vaak de meest creatieve geesten. Breinen die zich nog niet hebben laten verleiden tot de gemakzucht van 1,2,3 wok en voorgekauwde, eeuwig houdbare kant-en-klaar (smaak-was-het-maar-waar)-maaltijden. De rauwe klant biedt namelijk ook perspectief voor mijn spel. Je verdient namelijk een joker als je raadt wat hij vanavond kookt. Sta je dus vanavond weer in de rij met je niet zo biologische biefstukje en voorgesneden broccoli, wees op je hoede, je wordt gescoord.

De taal van de waarheid (NRC-Next 01-07)

Feesboek (NRC-Next 29-06)