Egel (NRC-Next 28-06)


Voor een egel gaat het leven niet over rozen. Het gaat over stekels. Op 22 mei 1980 verloor een egel een stekel op het fietspad tussen Amsterdam en Utrecht. Dat lijkt op zich niet zo bijzonder ware het niet dat er vijf minuten later twee racefietsers voorbij raasden. Eén van hen was van mijn vader, al wist hij dat toen nog niet. Hij reed door de stekel en kreeg een lekke band. Daarom belde hij aan bij een huisje aan de Vecht. Zo ontmoette hij mijn moeder, die dat toen ook nog niet wist. Nooit geweten dat stekels van egels lijken op de pijlen van Cupido.
In de wereld van Amélie Poulain zoomt de camera nu uit op een idyllisch huisje aan het water waar twee mensen nog lang en gelukkig leven. Maar het leven is Amélie Poulain niet en huisjes aan de Vecht zijn al lang niet meer betaalbaar. In het echte leven zijn er verplichte verjaardagen en verstikkende verdienmodellen. Er zijn hypotheken, huishoudbeurzen en Hallmark-postkaarten om sorry te zeggen. We hebben geen tijd om tussen de aswolk en de olievlek de roze bril op te zetten. Dat is iets voor dagdromers en ambtenaren: die hebben toch alle tijd.  
Toch is die egel nog ergens goed voor geweest. Althans, daar mag je deze week over oordelen. Als product van één misplaatste stekel, twee mensen aan de Vecht en driehonderd miljoen zaadcellen waarvan er slechts één als eerste de eicel bereikte, werd ik geboren. In weinig opzichten verschilde ik van een andere baby die zijn dagen slapend en huilend doorbrengt. Het lijkt alleen of ik nooit echt ouder ben geworden dan vier jaar; een leeftijd waarbij de wereld elke dag splinternieuw en supersonisch is. Ik vraag me af wat er zou gebeuren als je met een oneindige bol wol op wereldreis gaat? Zou je dan een strik om de wereld kunnen leggen? Zou je een hele lange waslijn van de maan naar de aarde kunnen maken? Een springtouw van Nederland tot Noorwegen kunnen laten draaien?
Tegenwoordig studeer ik geneeskunde. Als grasgroene co-assistent wandel ik in een witte jas door de gangen van het AMC en leer ik over aplastische anemie en persisterende pancreatitis. Geen tijd voor vragen over springtouwen en sneeuwmannen, truien voor naaktslakken of wereldwijde pauzeknoppen.
Maar ’s avonds, als ik met m’n racefiets langs de Amstel rijd op zoek naar egelstekels, zet ik m’n roze bril op. Dan vraag ik me af waarom rupsen vlinders worden en wat er gebeurt er als de zwaartekracht omdraait; iemand heeft toch ooit geopperd dat de wereld misschien wel rond zou kunnen zijn? Mijn naam is Emma Bruns en de komende vier dagen ben ik jullie egel; prikkelend maar aaibaar.

Feesboek (NRC-Next 29-06)

Door het oog van de naald