Voedselmonoloog 1.0 Een appèl voor de appel!


Een rustige dag in de boomgaard. Heerlijk hangen aan m’n steeltje. Beetje zon, briesje erbij, wat wil je nog meer? Vorige week was dat wel anders. Toen stonden er hier wel tien camera’s met opgewonden, opgesmukte, ongeduldige mensen. Ze deden zich anders voor dan ze waren. Acteurs noemen ze dat. Ze kwamen een of andere zonnige reclame opnemen voor sap. Terwijl er van ons niet eens sap wordt gemaakt. De machines en bestrijdingsmiddelen werden zorgvuldig ingeruild voor romantische mandjes en oubollige gietertjes. Een hele dag voltrok zich het grote theater van de ambachtelijke illusie; het schouwspel voor de verpakking, voor de reclame. We begrepen er niets van.
De tijden dat je als goudrenet nog gewaardeerd werd om wat je was, zijn reeds lang vervlogen. Als proefdieren worden onze genen gemodificeerd, als verrimpelde missverkiezingwinnaressen worden we bespoten, strak getrokken en afgedankt in geval van imperfectie. Waar is de tijd dat we werden geplukt door een mensenhand die, vermoeid na een lange tocht, zijn smaakpapillen liet bekoren met onze stevige sappigheid?
We worden gestekt, gekweekt en geplukt. Met z’n allen dicht op elkaar gestapeld getransporteerd naar een enorme fabriek. Op een uitzondering na, in grote bakken gepureerd en geconcentreerd. Mensen houden niet meer van ons zoals we zijn, zoals we smaken. Ze houden alleen van onze naam. Maar zoals Shakespeare al zei: “what’s in a name”? In homeopathische hoeveelheden keren we terug in appelsap, appelmoes, appelsnoep en appelstroop.
Ik wil geen nostalgische brompot zijn maar mag ik misschien terug? Terug naar de appeltaart, de appelbol of misschien zelfs een enkele keer naar de waldorfsalade. Hangend in mijn boomgaard doe ik graag een appèl voor de appel. Proef onze smaak in plaats van ons smakeloos te gebruiken als proefdieren. Misken ons niet en laat ons in onze waarde, anders hebben we nog wel een appeltje met jullie te schillen...



Voedselmonoloog 1.1. Van Big tot Bifi

Zonder Blikken of Blazen