Een geweldige dag


Eindelijk is het zover. Na maanden van ontbering en ijzige kou is het weer een feest om door de stad te fietsen. Overal schieten aanstekelijke lentezonnestralen door de bomen en borrelen bruistabletkriebels je tegemoet.
Op weg naar wapperende witte jassen fiets ik ‘s ochtends om zeven uur door het Vondelpark naar het ziekenhuis. Voor dag en dauw zijn de fietspaden van het park bedekt met ambitie en carrières. Het stuk natuur is slechts een obstakel dat de maatpakken, kokerrokjes, strakke hardloopbroeken en dravende dassen scheidt van huis en high-future-value oportunities. Hoe zou het zijn als de stad voor één dag niet draaide om status en statistiek?
Vergeet voor drie minuten elke vorm van ratio en haalbaarheid en laat je leiden door de kracht van mierzoete fantasie. Ik leid je rond door Amsterdam Speelstad.
Met een opkomende zon beginnen we in Oost. Oost is vandaag een Oerwoud en we reizen af naar de jungle van het Oosterpark. Aan de lantaarnpalen hangen grote lianen waarmee we door de straten kunnen slingeren. Het hele park is een groot klauterparadijs met aapachtige klimrekken, juichende kabelbanen en uitnodigende modderpoelen. We kunnen met tandems op safari en in de Linnaeusstraat ligt een groot hindernissenparcours met bananenschillen.
Op naar de Pijp: de Speeltuin.  Via een grandioze glijbaan bovenop het puntje van een hijskraan dalen we af naar het Maria Heinekenplein. Daar ligt het grootste ballenbad dat je ooit hebt gezien. We kunnen erin rondzwemmen als Dagobert Duck en luieren als een druilerige Dodo. De Albert Cuyp is vandaag een heel lang hinkelpad en overal liggen grote brokken stoepkrijt om het pad verder in te kleuren. Af en toe spoelt de hele straat schoon door een waterhoos van de Amstel, want die is vandaag een golfslagbad. Maar snel voort, op één been naar Zuid.
Zuid staat vandaag, niet geheel toevallig, in het teken van de Springplank. In de Beethovenstraat en de Apollolaan is geen stukje asfalt meer te vinden. De wegen zijn bedekt met enorme trampolines. We stuiteren in drie sprongen van het WTC naar het Concertgebouw. Voor de verandering speelt het orkest op het dak met Jaap van Zweden aan een parachute. Op het Museumplein draait een enorm springtouw gigantische cirkels. In het midden staat een groot zwembad met metershoge duikplanken waar acrobaten halsbrekende sprongen uitvoeren. We gaan verder. Tram vijf heeft een koord met speciale snowboards eraan die precies het spoor van de tram volgen. We springen erop en zoef, binnen enkele minuten zijn we in de Jordaan.
De oude buurt is vandaag een grote Zeepbel. In de kleine straatjes achter de Westerkerk liggen grote zeilen met daarop groene zeep. Op rubberbanden vlieg je door de steegjes. De grachten zijn een grote wildwaterbaan. We springen erin en al klotsend stromen we richting de Bloemenmarkt. Op de Noordermarkt staan er honderden tonnen met zeepsop in allerlei kleuren. We blazen bellen. Appelblauwzeegroen, aardbeirood en zelfs enorme bellen met een knuffelbeer erin, vandaag kan het. We stappen in onze eigen zeepbel en vertrekken met de avondzon in onze rug reizen we af naar het Centrum.
Daar wordt als avondspel de grootste Verstoppertje ooit gespeeld. Alle politieagenten zijn de zoekers en de Dam is de buut. Iedereen doet mee. We verzamelen in de hal het Centraal Station en klokslag zes uur begint het spel. De trein nemen of je verstoppen in de tunnels van de Noord-Zuidlijn zijn omwille van veiligheidsredenen verboden. Maar onder de de Magere Brug, hoog in een boom van het Westerpark, diep in de Sloterplas, het kan allemaal.

En de winnaar? Die wordt onze nieuwe burgemeester.

Voor iedereen die liever digitaal leest (en 1,20 e te duur vindt)

Opening Speech 'Scientist, come out of your lab'